Creosoot ontstaat wanneer houtgassen niet volledig verbranden. Die gassen koelen af in het rookkanaal en slaan neer als een teerachtige laag. Dat proces hangt minder af van hard of zacht hout dan vaak wordt gedacht. Het hangt vooral af van hoe het hout brandt in uw kachel.
De houtsoort bepaalt namelijk de verbrandingstemperatuur, snelheid en stabiliteit van de vlam. En juist die drie factoren bepalen hoeveel rookdeeltjes het kanaal ingaan.
Snel ontbrandend hout
Dit hout warmt de kachel snel op en bereikt sneller een volledige verbranding. De rookgassen worden meteen mee verbrand in de vlam.
Gevolg voor creosoot:
- weinig teerafzetting
- schoon rookkanaal bij correct gebruik
-
ideaal voor opstartfase
Problemen ontstaan alleen wanneer er te grote blokken worden gebruikt of de luchttoevoer te snel wordt geknepen. Dan verdwijnt het voordeel.
Middeldicht hout
Dit hout geeft een stabiele en gelijkmatige verbranding. De temperatuur blijft constant en de kachel blijft in het optimale bereik.
Gevolg voor creosoot:
- in de praktijk de minste opbouw
- gelijkmatige rookgasverbranding
-
geschikt voor dagelijks stoken
Omdat u minder hoeft te regelen aan de luchttoevoer blijft de verbranding vollediger. Dat voorkomt dat houtgassen condenseren in het kanaal.
Dicht en langzaam brandend hout
Voorbeeld: eik
Dit hout bevat veel energie maar komt pas vrij bij voldoende temperatuur en zuurstof. In woonkamers wordt het vuur vaak rustiger gezet waardoor het hout gaat gloeien in plaats van branden.
Gevolg voor creosoot:
- grotere kans op teervorming
- vooral bij lage stand
-
kan snel opbouwen in koud rookkanaal
Eik veroorzaakt dus niet vanzelf meer creosoot. Het gebeurt wanneer de kachel niet heet genoeg mag branden om de gassen volledig te verbranden.
Wat er echt gebeurt in het rookkanaal
Creosoot ontstaat door een combinatie van factoren:
- lage verbrandingstemperatuur
- geknepen luchttoevoer
- koude schoorsteen
- langzaam smeulend hout
Een snel en heet vuur met eenvoudig hout kan daardoor schoner zijn dan langzaam smeulend premium hout.
Wat werkt er in de praktijk?
Minste creosootvorming ontstaat wanneer het hout de kachel helpt om heet te blijven branden.
Daarom werkt in de praktijk:
- opstarten met snel ontbrandend hout
- daarna stabiel hout voor constante vlam
-
langzaam hout alleen toevoegen in warme kachel
Niet de hardste houtsoort houdt uw rookkanaal schoon, maar het hout dat een volledige verbranding het makkelijkst mogelijk maakt.